KIND VAN DE REKENING

Er fiets een vrouw langs als ik met mijn kleinzoon op weg ben naar zijn huis.

   ‘Dat is een oma’, zegt hij met grote stelligheid.

   ‘Ken je die mevrouw?’ vraag ik.

    ‘Mee, maar ze heeft lippenstift op en dat heb jij ook en andere oma ook’.

Tegen die logica kan ik niet op. Voor hem is de wereld nog simpel en onbezorgd. En dat gun ik ieder kind.

   Een week later wordt er een kind ontvoerd, naar later bleek door zijn eigen ouders. Dan moet er iets goed mis zijn. Hoe is dat voor de verzorgster van het kind. Een kind waar zij verantwoordelijk voor is en dat zomaar met buggy en al wordt meegenomen. Er druppelt gaandeweg de dag steeds meer informatie binnen. Dat nog niet zo lang geleden het kind uit huis geplaatst is, omdat het mishandeld werd. Omdat het onder de blauwe plekken zat. En dan lijkt uithuisplaatsing het beste voor het kind. Maar het blijft traumatisch als je weggerukt wordt bij je eigen ouders. Dat het daar niet veilig meer is. Dat roept vragen op. Zijn de ouders misdadig of hebben ze gewoonweg niet de capaciteiten om voor het kind te zorgen? Om het kind veiligheid te bieden en een liefdevol warm nest? Worden ze hierin begeleid?  

  Dat hoor je niet. Wel dat ze op een camping net over de grens zaten en opgepakt zijn. Het is een scenario met alleen maar verliezers. Het is de vraag of het ooit weer goed komt Met de ouders. Met het kind. Of het ooit weer goed komt met de ouders en het kind samen. Ik vraag me af wat ik tegen die ouders zou zeggen als ik ze tegen zou komen.  

 

 

ONGELEIDE PROJECTIELEN

Op een dag kwam de gemeente op het onzalige idee om het afval te scheiden. Het leek zo’n goed plan. Na de grijze container kwam er een groene voor GFT oftewel groente- fruit- en tuinafval. Daarna kwam de blauwe container voor oud  papier. De inwoners hadden zo langzamerhand een eigen milieuplein bij hun huis. Voor het plastic afval kwam een plastic zak die je dan zo aan de weg kon zetten. Maar niet alleen het plastic, ook andere verpakkingen, zoals lege blikjes en melkpakken mochten in de plastic zak, die overigens overal gratis te verkrijgen was. Er verschenen enorme oranje bakken op veel plaatsen in de stad om de zakken in te deponeren. Waar een gemeente al niet creatief in kan zijn. Regelmatig zag je dan mensen met plastic zakken lopen of op de fiets met soms wel vier zakken aan het stuur.  Voor degene die dat heeft bedacht moet dat toch voldoening geven. De oranje bakken deden het aanzicht van de stad echter geen goed. Ze werden beklad, verplaatst of vernield. Maar de plastic zakken met de verpakkingen bleven ook nog overeind, of beter gezegd ze vlogen over de straat. Ze werden bij de eerste de beste westerstorm opgetild en uit elkaar gereten. Je zag de inhoud rondvliegen als ongeleide projectielen over de straat, in de lucht, in bomen en struiken. Soms moest ik even opzij springen om zo’n gore natte kledder te ontwijken. Dat wordt soep, oceaansoep dacht ik dan.

   Zou het helpen om terug te gaan naar eerder. Naar de tijd dat de melk in glazen flessen zat, waarvoor je statiegeld betaalde. Dat er geen blikjes op straat lagen en je tuis gewoon een kopje thee dronk als je dorst had. Dat yoghurt, vla en karnemelk ook in flessen zat. Dat er ook statiegeld zat op drankflessen en jampotjes. Dat het oud papier werd ingezameld door liefdadigheidsinstellingen. Dat de schillenboer langskwam. Al zouden we dat allemaal willen, het kost blijkbaar teveel geld. Maar laten we eerlijk zijn, al die glazen flessen omspoelen en terugbrengen naar de winkel was ook niet alles. En die plastic oceaansoep is tenslotte een eind weg. Maar als de soep in wording om je oren vliegt, dan komt het een stuk dichterbij.